Bouwwerkzaamheden zijn van invloed op hun directe omgeving en kunnen verstoringen veroorzaken in de vorm van deformaties (scheurvorming), trillingen en geluid. In een monitoringsplan wordt uitgebreid beschreven hoe men tijdens een bouwproject de omgeving kan monitoren.
In een monitoringsplan wordt duidelijk aangegeven:
- Waar en wanneer trillings- / zettingsgevoelige werkzaamheden worden uitgevoerd;
- Waarop omgevingsbescherming vooral moet worden gericht;
- Welke trillings- en zettingsniveaus ter plaatse van omliggende gebouwen toelaatbaar zijn;
- Hoe uiteindelijke trillings- en zettingsmetingen worden georganiseerd (bemand of onbemand / continue of periodiek);
- Welk materieel ingezet moet worden;
- Op welke wijze de communicatie plaatsvindt;
- Op welke wijze gevolg wordt gegeven aan alarmering.
De monitoringsactiviteiten die kunnen worden uitgevoerd zijn:
- Deformatiemetingen aan gebouwen en infrastructuur: Dit gebeurt met de meest moderne en nauwkeurige landmeetkundige apparatuur;
- Geotechnische monitoring: Het in de ondergrond vaststellen van horizontale en verticale deformaties, waterspanningen, gronddrukken en peilbuismetingen. Dit geeft een beeld van de stabiliteit van een bouwkuip en de veranderingen in de ondergrond ten gevolge van de bouwwerkzaamheden;
- Trillingsmetingen om schade aan gebouwen of hinder voor personen te voorkomen;
- Geluidsmetingen om hinder voor personen te voorkomen of geluidsproductie van bouwactiviteiten of infrastructuur vast te stellen;
- Scheurmetingen (automatisch of handmatig);
- Geluidsmetingen.
Uiteraard kan BouwRisk deze metingen voor u verrichten.


