Zwaar (trein)verkeer, heiwerkzaamheden en trillen van damplanken kunnen trillingen in gebouwen tot gevolg hebben. De trillingen kunnen op hun beurt leiden tot hinder, schade of storing aan apparatuur. Om de omvang van trillingen vast te stellen en criteria te hebben voor wat wel en niet acceptabel is, heeft Stichting Bouwresearch (SBR) een drietal richtlijnen opgesteld hoe metingen uitgevoerd en beoordeeld dienen te worden.
Trillingsmetingen
Trillingsmetingen kunnen op verschillende manieren uitgevoerd worden, het betreft dan ook altijd maatwerk. De uitkomst van een meting wordt mede bepaald door de plaats en het karakteristiek van de opnemer, de signaalverwerking en de duur van de meting. De SBR-richtlijn schrijft voor welke eisen gelden voor meetapparatuur, meetmethode, bepaling van trillingssterkte en grenswaarden. De meetapparatuur die BouwRisk inzet voor haar metingen is voorzien van een kalibratie-certificaat waardoor nauwkeurigheid is verzekerd. Ook wat het plaatsen van de opnemer en interpretatie van de meetgegevens betreft, volgt BouwRisk de SBR-richtlijn. Door deze meetopzet en uitvoering wordt een eventuele juridische strijd omtrent de juistheid van de meetgegevens voorkomen. Inschakelen van BouwRisk is een garantie voor een onafhankelijke meting en beoordeling.
Geluidsmetingen
Er bestaat geen landelijke wettelijke geluidsnorm voor geluid van bouw- of sloopplaatsen. Het opleggen van een grenswaarde voor bouwgeluid is per definitie een gemeentelijke aangelegenheid. Er bestaat wel een landelijk kader: de Circulaire Bouwlawaai (Ministerie van VROM 1991). Ook kunnen geluids-beperkende maatregelen via de Model-Bouwverordening van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) bepaald worden. BouwRisk beschikt over de kennis en materialen om geluidsniveaus in kaart te brengen en te toetsen aan de opgelegde norm.
![]() |
![]() |




